vijandig

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vij·an·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van vijand met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vijandig vijandiger vijandigst
verbogen vijandige vijandigere vijandigste
partitief vijandigs vijandigers -

Bijvoeglijk naamwoord

vijandig

  1. zich als een vijand gedragend
    • Zijn vijandige houding is onbegrijpelijk. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be