batterij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Batterijen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bat·te·rij
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse batterie, dat is afgeleid van het Oudfranse werkwoord batre, "slaan", wat weer teruggaat tot het Latijnse battuere met het achtervoegsel -erij
enkelvoud meervoud
naamwoord batterij batterijen
verkleinwoord batterijtje batterijtjes

Zelfstandig naamwoord

batterij v

  1. (elektronica) een elektrotechnisch component waarin elektrische energie is opgeslagen
    We kennen oplaadbare batterijen die je vele keren kunt gebruiken en batterijen die je maar één keer kunt gebruiken.
    In België kan de batterij van je auto leeg zijn zodat de auto niet meer kan starten, in Nederland noemen we dat een lege accu.
  2. (militair) een opstelling van zware wapens op het slagveld
    De infanterie beschikt over een krachtige batterij.
  3. (schaak) een situatie waarin twee stukken elkaar verdedigen
  4. (veeteelt) een plek waar op grote schaal kippen worden gehuisvest
    In deze batterij zitten duizenden kippen.
  5. een groot aantal
    Er was een hele batterij krantenbezorgers nodig om de zaterdagkrant op tijd te bezorgen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Meer informatie