account

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·count
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord account accounts
verkleinwoord accountje accountjes

Zelfstandig naamwoord

account o

  1. (financieel) een bankrekening
    • Ik heb bij die bank een account geopend. 
  2. (wikitaal) een virtueel profiel waaraan bepaalde kenmerken of eigenschappen gekoppeld kunnen worden
    • Het gehackte account werd geblokkeerd. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • (Werkwoord) afkomstig van het Oudfranse woord aconter.
  • (zelfstandig naamwoord) afkomstig van het Oudfranse woord acont.
Naar frequentie 1562 (werkwoord)
vervoeging
onbepaalde wijs to account
he/she/it accounts
verleden tijd accounted
voltooid
deelwoord
accounted
onvoltooid
deelwoord
accounting
gebiedende wijs account

Werkwoord

account

  1. beschouwen
  2. berichten
  3. verrekenen
Uitdrukkingen en gezegden
  • account for
rechtvaardigen, rekenschap geven, verantwoorden, verklaren
Naar frequentie 1562 (naamwoord)
enkelvoud meervoud
account accounts

Zelfstandig naamwoord

account

  1. rekening
  2. verslag
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1]: account closed
rekening gesloten