beschouwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
beschouwen [3]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schou·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beschouwen
beschouwde
beschouwd
zwak -d volledig

Werkwoord

beschouwen

  1. overgankelijk bekijken als, beoordelen, vinden
    • Beschouw het als een enorme kans ! 
  2. wederkerend denken over
    • Hij beschouwde zich als de ideale kandidaat. 
  3. overgankelijk (arch.) aandachtig kijken naar
    • Ze beschouwde het juweel in alle glorie. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.