rekening

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een rekening.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ke·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rekening rekeningen
verkleinwoord rekeningetje rekeningetjes

Zelfstandig naamwoord

rekening v

  1. de optelsom van te betalen bedragen
    • Hij kreeg een fikse rekening gepresenteerd. 
  2. bankrekening
    • ik heb een rekening bij de Postbank 
  3. boekhoudkundige staat onderverdeeld in debet en credit
  4. (wiskunde) rekenmethode toegepast voor het oplossen van een klasse van problemen
Synoniemen
  • nota (1)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Rekening houden met iets.
  • Een streep door de rekening halen
de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben
  • Een streep door de rekening zijn
alles door de war halen
  • Het kind van de rekening zijn
de schuldige zijn en voor de schade moeten betalen
  • iets voor zijn rekening nemen
Overerving en ontlening
Anagrammen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • re·ke·ning
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

rekening

  1. rekening
Synoniemen