profiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·fiel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord profiel profielen
verkleinwoord profieltje profieltjes

Zelfstandig naamwoord

profiel o

  1. het geheel van verlagingen en verhogingen van een oppervlak
    • Deze banden hebben niet veel profiel meer en moeten vervangen worden. 
  2. de verlagingen en verhogingen van een zijaanzicht of doorsnede
    • De figuur toont de Midatlantische Rug in profiel. 
  3. een kenschets van iemands bijzonderheden
    • Zijn artikel geeft een uitgebreid profiel van deze kunstenaar. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl