accountant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·coun·tant
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord accountant accountants
verkleinwoord accountantje accountantjes

Zelfstandig naamwoord

accountant m

  1. (beroep) (financieel) iemand die zijn beroep maakt van het inrichten en controleren van boekhoudingen en administraties
    • Het is voor een accountant blijkbaar geen enkel probleem om een bedrag van 700 miljoen jarenlang over het hoofd te zien. [2] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. www.nu.nl


Engels

Uitspraak
  • IPA: /əˈkaʊntənt/
enkelvoud meervoud
accountant accountants

Zelfstandig naamwoord

accountant

  1. (financieel) (beroep) boekhouder
  2. (financieel) (beroep) accountant
Afgeleide begrippen