rechtvaardigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • recht·vaar·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rechtvaardigen
rechtvaardigde
gerechtvaardigd
zwak -d volledig

Werkwoord

rechtvaardigen

  1. (overgankelijk) onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen
    Ik kan die buitengewone uitgaven niet rechtvaardigen.
  2. (religie) van schuld vrijspreken
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl