verantwoorden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ant·woor·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verantwoorden
verantwoordde
verantwoord
zwak -d volledig

Werkwoord

verantwoorden

  1. (overgankelijk) rechtvaardigen
  2. (wederkerend) zich ~: rekenschap afleggen, zich rechtvaardigen
Verwante begrippen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl