Naar inhoud springen

aanpakken

Uit WikiWoordenboek
  • aan·pak·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanpakken
pakte aan
aangepakt
zwak -t volledig

aanpakken

  1. overgankelijk aanvatten
    • Kun je de dozen even aanpakken. 
  2. overgankelijk in rechte vervolgen, streng zijn
    • De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gaat brievenbusfirma's harder aanpakken. [1] 
  3. overgankelijk (door hard werken) een probleem oplossen
     De gemeente Den Haag is tevreden. Wethouder Robert Barker (Partij voor de Dieren) noemt de uitspraak een duurzame mijlpaal. "Deze uitspraak laat zien dat gemeenten niet machteloos zijn, maar wel degelijk instrumenten hebben om de klimaatcrisis aan te pakken."[2]
     ‘Ik had het anders moeten aanpakken. ’ De zin klonk scherper dan voorzien.[3]

deaanpakkenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanpak
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. www.nu.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag” (25 april 2025), NOS
  3. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be