Zeit
Uiterlijk
- Zeit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | die Zeit | die Zeiten |
| genitief | der Zeit | der Zeiten |
| datief | der Zeit | den Zeiten |
| accusatief | die Zeit | die Zeiten |
Zeit, v
- Zeit
- Afkomstig van het Middelhoogduitse zelfstandige naamwoord zît zn , dat van het Oudhoogduitse zelfstandige naamwoord zît zn komt ("iets dat afgezonderd is")
| enkelvoud (onbepaald) |
enkelvoud (bepaald) |
meervoud (onbepaald) |
meervoud (bepaald) | |
|---|---|---|---|---|
| nominatief | en Zeit | die Zeit | Zeide Zeite | die Zeide die Zeite |
| datief | re Zeit | der Zeit | Zeide Zeite | de Zeide de Zeite |
| accusatief | en Zeit | die Zeit | Zeide Zeite | die Zeide die Zeite |
Zeit, v
|
- [1] die Zeit biede
- [1] bei Zeit kummeop tijd komen
- [1] die Zeit biedede tijd van de dag doorbrengen
- [1] fer 'n Zeit
- [1] oft Zeide
- [1] sei Zeit schtehzijn leertijd afmaken
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Duits
- Woorden in het Duits van lengte 4
- Woorden in het Duits met audioweergave
- Woorden in het Duits met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Duits
- Tijdrekening in het Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 4
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met IPA-weergave
- Pennsylvania-Duitse woorden naar herkomst uit het Middelhoogduits
- Pennsylvania-Duitse woorden naar herkomst uit het Oudhoogduits
- Zelfstandig naamwoord in het Pennsylvania-Duits
- Tijdrekening in het Pennsylvania-Duits