Israël

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

demoniem
inwoner Israëli, Israëliër
inwoonster Israëlische
bijvoeglijk Israëlisch
Uitspraak
Woordafbreking
  • Is·ra·el

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

Israël

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) een Bijbels volk
enkelvoud meervoud
naamwoord Israël -
verkleinwoord - -

Eigennaam

Israël

  1. (toponiem: land) een land in het Midden-Oosten gelegen aan de Middelandse Zee
Verwante begrippen
Landen in Azië in het Nederlands
AfghanistanArmeniëAzerbeidzjanBahreinBangladeshBhutanBruneiCambodjaChinaCyprusEgypteFilipijnenGeorgiëIndiaIndonesiëIrakIranIsraëlJapanJemenJordaniëKazachstanKirgiziëKoeweitLaosLibanonMaldivenMaleisiëMongoliëMyanmar/BirmaNepalNoord-KoreaOezbekistanOmanPakistanQatarRuslandSaoedi-ArabiëSingaporeSri LankaSyriëTadzjikistanThailandTurkijeTurkmenistanVerenigde Arabische EmiratenVietnamZuid-Korea
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen