Thailand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

demoniem
inwoner Thai
inwoonster Thaise
bijvoeglijk Thais
Uitspraak
Woordafbreking
  • Thai·land

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Thailand -
verkleinwoord - -

Eigennaam

Thailand o

  1. (toponiem: land) een land in Azië dat vroeger Siam heette
    • Wij gaan vaak op vakantie naar Thailand. 
Verwante begrippen
Landen in Azië in het Nederlands
AfghanistanArmeniëAzerbeidzjanBahreinBangladeshBhutanBruneiCambodjaChinaCyprusEgypteFilipijnenGeorgiëIndiaIndonesiëIrakIranIsraëlJapanJemenJordaniëKazachstanKirgiziëKoeweitLaosLibanonMaldivenMaleisiëMongoliëMyanmar/BirmaNepalNoord-KoreaOezbekistanOmanPakistanQatarRuslandSaoedi-ArabiëSingaporeSri LankaSyriëTadzjikistanThailandTurkijeTurkmenistanVerenigde Arabische EmiratenVietnamZuid-Korea
Vertalingen

Meer informatie


Indonesisch

Eigennaam

Thailand

  1. (toponiem: land) Thailand
Synoniemen


Zweeds

  enkelvoud
nominatief   Thailand  
genitief   Thailands  

Eigennaam

Thailand o

  1. (toponiem: land) Thailand
Verwante begrippen
Landen in Azië in het Zweeds

AfghanistanArmenienAzerbajdzjanBahrainBangladeshBhutanBruneiCypernEgyptenFilippinernaFörenade ArabemiratenGeorgienIndienIndonesienIrakIranIsraelJapanJemenJordanienKambodjaKazakstanKinaKirgizistanKuwaitLaosLibanonMalaysiaMaldivernaMongolietMyanmar / BurmaNepalNordkoreaOmanPakistanQatarRysslandSaudiarabienSingaporeSri LankaSydkoreaSyrienTadzjikistanThailandTurkietTurkmenistanUzbekistanVietnam