zoet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈzut/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈzut/
- (Limburg): /ˈzut/
Woordafbreking
- zoet
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zoet | zoeter | zoetst |
| verbogen | zoete | zoetere | zoetste |
Bijvoeglijk naamwoord
zoet
- ter omschrijving van een vaak als aangename ervaren smaak zoals die van suiker
- Dat is een nogal zoete drank, zeg!
- aangenaam voor sommige zintuigen
- Heerlijk, die zoete geur.
- gehoorzaam.
- Wees even een zoete jongen, ik ben zo terug.
Vertalingen
1. ter omschrijving van een vaak als aangename ervaren smaak zoals die van suiker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zoet | - |
| verkleinwoord | zoetje | - |
Zelfstandig naamwoord
zoet o
- snoepgoed, voornamelijk zuigbaar
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zoeten |
zoet