zoetheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoet·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zoet met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord zoetheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zoetheid v

  1. de mate waarin iets zoet is
    Aspartaam heeft een gemiddelde zoetheid die 150-200 keer zo sterk is als de zoetkracht van gewone suiker.
Vertalingen