zoetelaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zoe·te·laar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zoetelaar | zoetelaars |
| verkleinwoord | zoetelaartje | zoetelaartjes |
Zelfstandig naamwoord
zoetelaar m
- (beroep) iemand die levensmiddelen aan de soldaten van een leger levert
- Maar de zoetelaar is plots verdwenen achter de wagen. Ineens komt hij vanachter de wagen, grijpt de wachter bij de kraag en 't kruis en gooit hem over de slotmuur in de diepe, brede gracht.[1]
- (beroep) een varende detailhandelaar
Synoniemen
- [2]: parlevinker
Verwante begrippen
- [1]: marketentster
Vertalingen
1. iemand die levensmiddelen aan de soldaten van een leger levert
2. een varende detailhandelaar
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.