zoetje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zoet·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | zoetje | zoetjes |
Zelfstandig naamwoord
zoetje o dim. tant.
- een dosis kunstmatige zoetstof, meest in de vorm van een klein pilletje
- Wil je een zoetje voor de koffie of gebruik je suiker?