zoetje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoet·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord zoetje zoetjes

Zelfstandig naamwoord

zoetje o dim. tant.

  1. een dosis kunstmatige zoetstof, meest in de vorm van een klein pilletje
    Wil je een zoetje voor de koffie of gebruik je suiker?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen