zuur

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuur
enkelvoud meervoud
naamwoord zuur zuren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zuur o

  1. zure vloeistof, die een verhoogde concentratie waterstofionen bevat.
  2. (scheikunde) een chemische stof die in water opgelost in staat is waterstofionen af te splitsen: arrheniuszuur.
  3. (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is waterstofionen af te splitsen: brønstedzuur.
  4. (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is een elektronpaar te accepteren: lewiszuur.
  5. het ~ hebben: aan pyrosis lijden.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuur zuurder zuurst
verbogen zure zuurdere zuurste
partitief zuurs zuurders -

Bijvoeglijk naamwoord

zuur

  1. een smaak hebbend zoals citroensap of azijn.
    Hij eet de zuurste appelen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen