aanzoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·zoek
enkelvoud meervoud
naamwoord aanzoek aanzoeken
verkleinwoord aanzoekje aanzoekjes

Zelfstandig naamwoord

aanzoek o

  1. verzoek
  2. huwelijksaanzoek.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aanzoeken

aanzoek

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanzoeken
    ... dat ik aanzoek.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen