aanzoek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·zoek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanzoek | aanzoeken |
| verkleinwoord | aanzoekje | aanzoekjes |
Zelfstandig naamwoord
aanzoek o
- verzoek
- huwelijksaanzoek.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aanzoeken |
aanzoek
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanzoeken
- ... dat ik aanzoek.