trein

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Een trein

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trein
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Latijnse trahere (trekken).
enkelvoud meervoud
naamwoord trein treinen
verkleinwoord treintje treintjes

Zelfstandig naamwoord

trein m

  1. (vervoermiddel) een rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt.
    Er reizen dagelijks veel mensen met de trein.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Het loopt als een trein. 
Het loopt erg goed.
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

trein

  1. trein.


Papiamento

Zelfstandig naamwoord

trein

  1. trein.
Persoonlijke instellingen