trein

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een trein

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trein
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse train, dat uiteindelijk teruggaat op het Latijnse werkwoord trahere ("trekken") [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord trein treinen
verkleinwoord treintje treintjes

Zelfstandig naamwoord

trein m [2]

  1. (spoorwegen) een rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt
    Er reizen dagelijks veel mensen met de trein.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Het loopt als een trein. 
Het loopt erg goed.
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

trein

  1. (verkeer) trein


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Nederlandse trein.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  trein     treinnan  

Zelfstandig naamwoord

trein

  1. (verkeer) trein