oppervlak

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈɔpərvlɑk/
Woordafbreking
  • op·per·vlak
enkelvoud meervoud
naamwoord oppervlak oppervlakken
verkleinwoord oppervlakje oppervlakjes

Zelfstandig naamwoord

oppervlak o

  1. vlak dat iets naar boven begrenst.
    Hij schuurde met een schuurspons de verf van het oppervlak van de ballustrade.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen