tippen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tip·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tippen |
tipte |
getipt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
tippen
- (overgankelijk) een fooi geven
- Ik tip altijd een vast bedrag.
- (overgankelijk) een wenk, hint geven
- Hij werd vooraf getipt als de grote favoriet.
- Waakzame burgers tipten de politie.
- (overgankelijk) lichtjes aantikken
- Hij leunt achterover en tipt het kegeltje as van zijn sigaar.
- (overgankelijk) evenaren, op gelijke hoogte komen
- De omzetcijfers van dit jaar zijn goed, maar kunnen nog niet tippen aan die van vorig jaar.
Zelfstandig naamwoord
tippen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tip
Verwante begrippen
Noors
Woordafbreking
- tip·pen
Zelfstandig naamwoord
tippen m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van tipp
Zelfstandig naamwoord
tippen v
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van tippe