tepel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord tepel tepels
verkleinwoord tepeltje tepeltjes

Zelfstandig naamwoord

tepel m

  1. (anatomie) een gepigmenteerd knopvormig uitsteeksel op de borst van de mens. Bij de vrouwen komt tijdens het zogen uit de tepels de melk voor de baby. Bij de man is de tepel een rudimentair lichaamsdeel
    Het meisje wilde graag een piercing door haar tepel, maar mocht het niet van haar moeder.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie