spil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spil
enkelvoud meervoud
naamwoord spil spillen
verkleinwoord spilletje spilletjes

Zelfstandig naamwoord

spil

  1. o (scheepvaart) een kaapstaander
    Als zware spil was de toen normale horizontale ankerspil op het voorschip gebruikelijk.
  2. v/m de as waar iets rond draait
  3. v/m overdrachtelijk: de persoon die een centrale plaats inneemt
    Deze sutra stelt dat de vrouw de spil, de belangrijkste regulerende kracht is in het gezin.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spillen

spil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spillen
    Ik spil.
  2. gebiedende wijs van spillen
    Spil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spillen
    Spil je?