game

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • game
enkelvoud meervoud
naamwoord game games
verkleinwoord gamepje gamepjes

Zelfstandig naamwoord

game m

  1. (sport) een onderdeel van een wedstrijd
    Diegene die de meeste games wint, is doorgaans de winnaar van de wedstrijd.
  2. een videospel
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gamen

game

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gamen
    Ik game.
  2. gebiedende wijs van gamen
    Game!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gamen
    Game je?
  4. aanvoegende wijs van gamen


Engels

Uitspraak
Naar frequentie 487
enkelvoud meervoud
game games

Zelfstandig naamwoord

[A] game

  1. game
  2. match
  3. potje
  4. spel, spelletje
enkelvoud meervoud
game -

Zelfstandig naamwoord

[B] game

  1. wild