puzzel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • puz·zel
enkelvoud meervoud
naamwoord puzzel puzzels
verkleinwoord puzzeltje puzzeltjes

Zelfstandig naamwoord

puzzel m

  1. (spel) een raadsel of moeilijke opgave die men als tijdverdrijf probeert op te lossen
    Hij heeft al veertien puzzels gemaakt uit dat puzzelboekje.
  2. (figuurlijk) een moeilijkheid om iets op te lossen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
puzzelen

puzzel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puzzelen
    Ik puzzel.
  2. gebiedende wijs van puzzelen
    Puzzel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puzzelen
    Puzzel je?