buitenspel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·spel
enkelvoud meervoud
naamwoord buitenspel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

buitenspel o

  1. (voetbal) een overtreding van een regel die een aanvaller verbiedt zich achter de lijn van de laatste verdediger te bevinden
    Het buitenspel van deze speler werd achteraf zwaar in twijfel getrokken.

Bijwoord

buitenspel

  1. (voetbal) zich in overtreding van bovenstaande regel bevindend
    De speler stond duidelijk buitenspel.