onderwijs
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·wijs
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderwijs | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
ónderwijs o
- de voorziening van opleidingen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de voorziening van opleidingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| onderwijzen |
onderwíjs
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderwijzen
- Ik onderwíjs.
- gebiedende wijs van onderwijzen
- Onderwíjs!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderwijzen
- Onderwíjs je?