onderwijzer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: onderwijzer (hulp, bestand)
Woordafbreking
- on·der·wij·zer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderwijzer | onderwijzers |
| verkleinwoord | onderwijzertje | onderwijzertjes |
Zelfstandig naamwoord
onderwijzer m
- (beroep), (onderwijs) iemand die lesgeeft
- De onderwijzer wist in de moeilijke klas goed orde te houden.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iemand die lesgeeft