leer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- leer
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | leer | |
| verkleinwoord | leertje | leertjes |
Zelfstandig naamwoord
[A] leer o
- stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid.
leer m
Synoniemen
Hyponiemen
- buffelleer, chagrijnleer, gemsleer, gemzenleer, krokodillenleer, marokijnleer, olifantenleer
- saffiaanleer, schoenleer, slangenleer, varkensleer
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Zelfstandig naamwoord
[B] leer m
- theorie, doctrine.
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | leer | leren |
| verkleinwoord |
Uitdrukkingen en gezegden
|
In de leer gaan
|
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- leercontract, leergang, leerjaar, leerjongen, leerkracht, leerrecht, leerscholen, leerschool, leerstelling, leerstoel, leerstuk, leertijd, taakleerkracht
Vertalingen
1. theorie, doctrine
Zelfstandig naamwoord
| 3 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | leren | |
| verkleinwoord | leertje | leertjes |
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| leren |
leer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leren
- Ik leer.
- gebiedende wijs van leren
- Leer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leren
- Leer je?
Duits
Bijvoeglijk naamwoord
leer
Spaans
Uitspraak
- IPA: /leˈeɾ/
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| leer |
leía |
leído |
| volledig | ||
Woordafbreking
- le·er
Werkwoord
leer
Veluws
Zelfstandig naamwoord
leer
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Dubbele betekenis in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Duits
- Bijvoeglijk naamwoord in het Duits
- Woorden in het Spaans
- Werkwoord in het Spaans
- Onovergankelijk werkwoord in het Spaans
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws