leer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: lêerleër

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leer
1 enkelvoud meervoud
naamwoord leer
verkleinwoord leertje leertjes

Zelfstandig naamwoord

[A] leer o

  1. stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid.

leer m

Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

[B] leer m

  1. theorie, doctrine.
2 enkelvoud meervoud
naamwoord leer leren
verkleinwoord
Uitdrukkingen en gezegden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[C] leer m/v

  1. ladder
3 enkelvoud meervoud
naamwoord leren
verkleinwoord leertje leertjes

Werkwoord

vervoeging van
leren

leer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leren
    Ik leer.
  2. gebiedende wijs van leren
    Leer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leren
    Leer je?


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

leer

  1. leeg


Spaans

Uitspraak
  • IPA: /leˈeɾ/
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
leer
leía
leído
volledig
Woordafbreking
  • le·er

Werkwoord

leer

  1. (onovergankelijk) lezen, aflezen, voorlezen, nalezen



Veluws

Zelfstandig naamwoord

leer

  1. ladder
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen