loop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loop
enkelvoud meervoud
naamwoord loop lopen
verkleinwoord loopje loopjes

Zelfstandig naamwoord

loop m

  1. voorste deel van een wapen
  2. route van een rivier
  3. voortgang.
    In de loop van de avond.
    In de loop van het gesprek.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
lopen

loop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lopen
    Ik loop.
  2. gebiedende wijs van lopen
    Loop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lopen
    Loop je?