terloops

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·loops
stellend
onverbogen terloops
verbogen terloopse

Bijvoeglijk naamwoord

terloops

  1. zijdelings, een bijzaak zijnde: Die terloopse opmerking was toch best belangrijk.

Bijwoord

terloops

  1. onopvallend tussen andere dingen, alsof het er niet toe doet: dit feit wordt terloops vermeld
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen