terloops
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ter·loops
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | terloops |
| verbogen | terloopse |
Bijvoeglijk naamwoord
terloops
- zijdelings, een bijzaak zijnde: Die terloopse opmerking was toch best belangrijk.
Bijwoord
terloops
- onopvallend tussen andere dingen, alsof het er niet toe doet: dit feit wordt terloops vermeld