wapen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·pen
enkelvoud meervoud
naamwoord wapen wapens
verkleinwoord wapentje wapentjes

Zelfstandig naamwoord

wapen o

  1. een werktuig van geweld
  2. een wapenschild
  3. een onderscheidingsteken van een familie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wapenen

wapen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wapenen
    Ik wapen.
  2. gebiedende wijs van wapenen
    Wapen!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wapenen
    Wapen je?