canon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ca·non
Woordherkomst en -opbouw
- Van Grieks kanoon (liniaal, regel, richtsnoer). Op zijn beurt van Grieks kanna (riet). Verwant met Hebreeuws qane (riet) en Arabisch qanah (riet).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | canon | canons |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- (muziek) de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
- De bekendste canon is waarschijnlijk "Vader Jacob".
- het geheel van belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen en processen voor een bepaalde tijdsperiode en/of gebied
- De literaire canon van de 20e eeuw.
- overeengekomen standaardinhoud, bijvoorbeeld van de Bijbel
- De canon van het Oude Testament.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.