levensloop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·loop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levensloop -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

levensloop m

  1. de wijze waarop iemands leven zich ontwikkelt
    Zijn levensloop is een boeiend verhaal van overwinningen en nederlagen.
  2. verkorting van levensloopregeling

Meer informatie