euro

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eu·ro
enkelvoud meervoud
naamwoord euro euro's
verkleinwoord eurootje eurootjes

Zelfstandig naamwoord

euro v/m

  1. (economie) de munt en munteenheid van de eurozone, waarvan het symbool het euroteken () is
    De invoering van de euro heeft ingrijpende gevolgen op monetair gebied gehad.
  2. een soort benzine
    Je moet voor deze auto euro tanken, geen diesel!
  3. Macropus robustus, ook gekend als wallaroe of bergkangoeroe, een kangoeroe uit het geslacht Macropus die in grote delen van Australië leeft
    Onderweg zagen we een euro springen.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Bosnisch

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Catalaans

Uitspraak
  • IPA:
    • (Catalonië): /ˈɛwɾu/
    • (Balearen): /ˈɛwɾo/
    • (Valencia): /ˈewɾo/
Woordafbreking
  • eu·ro
enkelvoud meervoud
euro euros

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Deens

Zelfstandig naamwoord

euro

  1. (economie) euro.
Verbuiging
Opmerkingen
  1. Wanneer men spreekt over muntstukken, dan is het meervoud euroer. Als men het over een bedrag heeft, blijft het woord onveranderd (bv. 17 euro).


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
euro euros
euro

Zelfstandig naamwoord

euro

  1. (economie) euro.
Schrijfwijzen


Estisch

Zelfstandig naamwoord

euro

  1. (economie) euro.


Fins

Uitspraak
  • IPA: /ˈɛuɾo/
Woordafbreking
  • eu·ro

Zelfstandig naamwoord

euro

  1. (economie) euro.
Verbuiging



Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  euro     l'euro     euros     les euros  

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Italiaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈeuro/
Woordafbreking
  • e·u·ro
enkelvoud meervoud
euro euro

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Kroatisch

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈøːroː/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. euro
Verbuiging



Noors

Uitspraak
  • IPA: /ˈæʉɾu/
Woordafbreking
  • eu·ro

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.
Verbuiging
Opmerkingen
  • Wanneer men een bedrag noemt, is euro onveranderlijk: 10 euro.


Nynorsk

Uitspraak
  • IPA: /ˈæʉɾu/
Woordafbreking
  • eu·ro

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.
Verbuiging
Opmerkingen
  • Wanneer men een bedrag noemt, is euro onveranderlijk: 10 euro.


Pools

Uitspraak
  • IPA: /ˈeʊro/

Zelfstandig naamwoord

euro o

  1. (economie) euro.


Portugees

Woordafbreking
  • eu·ro
enkelvoud meervoud
euro euros

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Roemeens

Uitspraak
  • IPA: /ˈeuro/
Woordafbreking
  • e·u·ro

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Spaans

enkelvoud meervoud
euro euros

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /ˈɛʊɾɔ/
Woordafbreking
  • eu·ro

Zelfstandig naamwoord

euro o

  1. (economie) euro.
Verbuiging
Opmerkingen
  • Na getallen die eindigen op 1 gebruikt men de nominatief enkelvoud euro, na getallen op 2, 3 en 4 de nominatief meervoud eura en na getallen op 5-9 de genitief eur.
  1. «1 euro, 11 euro; 2 eura, 12 eura; 5 eur, 17 eur»
    1 euro, 11 euro; 2 euro, 12 euro; 5 euro, 17 euro


Zweeds

Uitspraak
  • IPA:
    • (Finland): /ˈɛuɾo/
    • (Zweden): /ˈɛvɾu/ (informeel ook: /ˈjʊːro/)
Woordafbreking
  • eu·ro

Zelfstandig naamwoord

euro m

  1. (economie) euro.

Zelfstandig naamwoord

euro g

  1. (economie) euro.
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen