5 eurobiljet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- 5 eu·ro·bil·jet
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | 5 eurobiljet | 5 eurobiljetten |
| verkleinwoord | 5 eurobiljetje | 5 eurobiljetjes |
Zelfstandig naamwoord
5 eurobiljet o
- een bankbiljet ter waarde van 5 euro
- Hij vond een 5 eurobiljet op de grond.