eten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eten
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse eten, Oudsaksiche etan, Oudfriese eta, ita
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| eten |
at |
gegeten |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
eten
- (overgankelijk) het nuttigen van voedsel
- We gingen met de hele klas eten bij een pizzeria.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het nuttigen van voedsel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eten | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
eten o
- dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden
- Het eten was erg lekker.
- de maaltijd
- Zij zorgt altijd voor het eten.
Vertalingen
1. dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden
Veluws
Werkwoord
eten