eten

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
eten
at
gegeten
klasse 5 volledig

Werkwoord

eten

  1. (overgankelijk) het nuttigen van voedsel.
    We gingen met de hele klas eten bij een pizzaria.
  2. meervoud tegenwoordige tijd van eten.
    Jullie eten toch altijd bij snackbar 't Frikadelletje?
  3. toekomende tijd enkelvoud en meervoud van eten.
    Wij zullen samen met de president gaan eten.
Vertalingen
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord eten -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eten o

  1. dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden.
    Het eten was erg lekker.
  2. de maaltijd.
    Zij zorgt altijd voor het eten.
Vertalingen


Veluws

Werkwoord

eten

  1. eten
Persoonlijke instellingen