eethuis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eet·huis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eethuis | eethuizen |
| verkleinwoord | eethuisje | eethuisjes |
Zelfstandig naamwoord
eethuis o
- een naar verhouding eenvoudige gelegenheid waar men iets eten kan
- In Turkije heb je veel eethuisjes waar je voor weinig geld goed kunt eten.
Vertalingen
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eethuis | eethuise |
Zelfstandig naamwoord
eethuis