etentje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eten·tje
Woordherkomst en -opbouw
- van het werkwoord eten
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | etentje | etentjes |
Zelfstandig naamwoord
etentje o dim. tant.
- vrij informeel uitje waarbij men een gezamelijke maaltijd nuttigt
Vertalingen
1.
|