ait

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
ait aits

Zelfstandig naamwoord

ait

  1. Een eiland in een rivier, in het bijzonder de rivier de Thames in Engeland.
    «Fog everywhere. Fog up the river, where it flows among green aits and meadows[1]»
    Overal nevel. Nevel stroomopwaarts op de rivier, waar zij te midden van eilandjes en weiden stroomt..
Synoniemen

Iers

Zelfstandig naamwoord

  1. van een zwelling.

Frans

Uitspraak

Werkwoord

  1. dat jij hebt[2].

Latijn

Werkwoord

ait

  1. hij/zij zegt;
  2. hij/zij zei[3].

Turks

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

ait

  1. toebehorend
  2. betreffende
Referenties
  1. 1853, Charles Dickens, Bleak House, hfdst. 1
  2. De subjonctif présent van avoir dient ook als hulpwerkwoord in de subjonctif passé.
  3. Deze praesens-vorm wordt soms als perfectum gebruikt (s.v. āio, in C.T. Lewis - C. Short, A Latin Dictionary, Oxford, 1879.).
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/ait"
Persoonlijke instellingen