mat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mat | matten |
| verkleinwoord | matje | matjes |
Zelfstandig naamwoord
mat
- v/m rechthoekig stuk vloerbekleding
- Ik zal die mat eens goed uitkloppen.
- m (numismatiek) oude munt
- o (schaak) situatie in het schaakspel waarin de koning het schaak niet meer kan ontlopen en het spel hierdoor tevens afgelopen is
- Dit is in drie zetten mat.
Synoniemen
- [3] schaakmat
Hyperoniemen
- [1] vloerkleed
| 1 | stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|---|
| onverbogen | mat | matter | matst |
| verbogen | matte | mattere | matste |
Bijvoeglijk naamwoord
mat
- niet glanzend
- (spel) zich in het schaakspel een verloren stand bevindend, waarin de koning in de volgende zet geslagen kan worden
- De koning staat mat.
Synoniemen
- [1] dof
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| meten |
mat
- enkelvoud verleden tijd van meten
- Ik mat.
- Jij mat.
- Hij, zij, het mat.
- Ik mat.
Bretons
Bijvoeglijk naamwoord
mat
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /mɑt/ (Etsbergs)
Bijvoeglijk naamwoord
mat
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- mat
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord matr.
Zelfstandig naamwoord
mat m
- (voeding) eten, voedsel
- «Vi leverer mat med høy kvalitet til fornuftig pris.»
- Wij leveren voedsel van een hoge kwaliteit tegen een redelijke prijs.
- «Vi leverer mat med høy kvalitet til fornuftig pris.»
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | mat | maten | ||
| genitief | mats | matens | ||
Afgeleide begrippen
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- mat
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord matr.
Zelfstandig naamwoord
mat m
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | mat | maten | ||
| genitief | ||||
Wolof
Uitspraak
Bijvoeglijk naamwoord
mat
Zweeds
Uitspraak
Woordafbreking
- mat
Zelfstandig naamwoord
mat g
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | mat | maten | - | - |
| genitief | mats | matens | - | - |
Afgeleide begrippen
- barnmat, basmat, burkmat, dietmat, färdigmat, hundmat, julmat, kalasmat, kattmat, koschermat, kvällsmat, matberedare, matbord, matbröd, Matcirkeln, matfett, matförgiftad, matförgiftning, matförråd, matgäst, mathiss, matjord, matkasse, kupong, matkällare, matlagning, matlust, matnyttig, matolja, matos, matpengar, matranson, matrast, matrest, matris, maträtt, matsal, matsedel, matservering, matsilver, matsked, matsmältning, matspjälkning, matstrejk, matstrupe, matställe, matsäck, matvara, middagsmat, skolmat, skräpmat, skåpmat, smalmat, snabbmat
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Numismatiek in het Nederlands
- Schaak in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Spel in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Bretons
- Bijvoeglijk naamwoord in het Bretons
- Woorden in het Limburgs
- Bijvoeglijk naamwoord in het Limburgs
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Voeding in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Voeding in het Nynorsk
- Woorden in het Wolof
- Bijvoeglijk naamwoord in het Wolof
- Woorden in het Zweeds
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds
- Voeding in het Zweeds