zweefvliegtuig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Een zweefvliegtuig.
Uitspraak
Woordafbreking
  • zweef·vlieg·tuig
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zweefvliegtuig zweefvliegtuigen
verkleinwoord zweefvliegtuigje zweefvliegtuigjes

Zelfstandig naamwoord

zweefvliegtuig o

  1. (luchtvaart) toestel met vleugels dat zich ongemotoriseerd door de lucht verplaatst door gebruik te maken van opstijgende luchtstromingen
     Zweefvliegtuigen, die het summum zijn van minimale luchtweerstand, worden daarom voor de start gepoetst tot ze glimmen.[2]
     Aan het zwerk zeilen spierwitte stapelwolken voorbij. Cumulus, denk ik. Thermiek, zweefvliegen. Onder een wolkenpluk zie ik zowaar een zweefvliegtuig cirkelen.[3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 21 april 2021 Weblink bron Dorine Schenk “Heeft een auto met matte lak meer of minder luchtweerstand?” (13 december 2019) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 21 april 2021 Weblink bron Kees Momma “Het beste van Kees. Vervlogen tijden” (26 augustus 2014) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be