zweefbrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweef·brug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zweefbrug zweefbruggen
verkleinwoord zweefbruggetje zweefbruggetjes

Zelfstandig naamwoord

zweefbrug v/m

  1. (verkeer) een bewegende brug, waarbij een deel van het wegdek in horizontale richting heen en weer beweegt.
    • De eerste zweefbrug werd gebouwd in 1893. 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie