zweefbrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweef·brug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zweefbrug zweefbruggen
verkleinwoord zweefbruggetje zweefbruggetjes

Zelfstandig naamwoord

zweefbrug v/m

  1. (verkeer) een bewegende brug, waarbij een deel van het wegdek in horizontale richting heen en weer beweegt.
    • De eerste zweefbrug werd gebouwd in 1893. 
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be