zweverig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwe·ve·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zweverig zweveriger zweverigst
verbogen zweverige zweverigere zweverigste
partitief zweverigs zweverigers -

Bijvoeglijk naamwoord

zweverig

  1. onduidelijk, vaag
    • zweverige theorieën. 
  2. duizelig
    • Ik voel me wat zweverig. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.