zenuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·nuw
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verbindingsdraad tussen zintuigen of spieren en centrale zenuwstelsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord zenuw zenuwen
verkleinwoord zenuwtje zenuwtjes

Zelfstandig naamwoord

zenuw v/m

  1. (anatomie) een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
  2. (figuurlijk) zenuwen: emotionele gespannenheid
    • Aan weerskanten brullen kerels als gekken om zichzelf te verdoven, om zichzelf moed te geven. Anderen rennen net als hij, geconcentreerd, de zenuwen in hun buik, met droge keel. Ze stormen allemaal op de vijand af, gewapend met een onherroepelijke woede, een verlangen naar wraak. [3] 
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de zenuwen werken
emotioneel gespannen raken
•  Zijn buien van ongeduld waren verontrustend. Het gebrek aan ondernemingslust van de troepen werkte hem op de zenuwen. [4] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen