zenuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·nuw
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verbindingsdraad tussen zintuigen of spieren en centrale zenuwstelsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord zenuw zenuwen
verkleinwoord zenuwtje zenuwtjes

Zelfstandig naamwoord

zenuw v/m

  1. (anatomie) een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
  2. (figuurlijk) zenuwen: emotionele gespannenheid
    • Aan weerskanten brullen kerels als gekken om zichzelf te verdoven, om zichzelf moed te geven. Anderen rennen net als hij, geconcentreerd, de zenuwen in hun buik, met droge keel. Ze stormen allemaal op de vijand af, gewapend met een onherroepelijke woede, een verlangen naar wraak. [3] 
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de zenuwen werken
emotioneel gespannen raken
•  Zijn buien van ongeduld waren verontrustend. Het gebrek aan ondernemingslust van de troepen werkte hem op de zenuwen. [4] 
  • een open zenuw
een gevoelige zaak of onderwerp
  1.  ‘Hoogst ongebruikelijk’, noemt Amerika-kenner Willem Post het dat een oud-president zijn opvolger de maat neemt. ‘Maar de protesten hebben een open zenuw geraakt, het treft hem persoonlijk’, zegt Post, verbonden aan het Haagse Clingendael-instituut voor internationale betrekkingen.[5]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zenuw" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. zenuw op website: Etymologiebank.nl
  3. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 18
  4. Lemaitre, Pierre Tot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 13
  5. Bronlink Weblink bron Theo Koelé “De maat is vol, Obama keert zich tegen zijn opvolger Trump” (4 juni 2020), de Volkskrant
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be