zenuwarts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·nuw·arts
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zenuwarts zenuwartsen
verkleinwoord zenuwartsje zenuwartsjes

Zelfstandig naamwoord

zenuwarts m

  1. (medisch), (beroep) iemand die zich beroepsmatig heeft toegelegd op het verhelpen van zenuwaandoeningen
    • Hij was de beste zenuwarts van België. 
    • In Amsterdam bezoekt Plinius echter het café dat Pretpaleis Pinguïn heet: 'Die naam zegt al genoeg. Daar maken ze alleen maar pret. En hele verkeerde pret. Er wordt gedronken, gegokt, en er gebeurt nog veel meer vreselijks.' Een lelijke tegenvaller. Dan kan Plinius nog beter op de Zuidpool eenzaam zijn. Na een goed gesprek met zenuwarts Valentijn Vetgans wordt uiteindelijk aldus besloten. [1] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien