welzijn
Uiterlijk
- wel·zijn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | welzijn | - |
| verkleinwoord | - | - |
het welzijn o
- (economie) wanneer een individu of maatschappij zich in een goede toestand bevindt op het gebied van gezondheid, geluk en/of voorspoed
- In België is er een veel groter sociaal welzijn dan in Zuid-Amerika.
- Ook moet de 25-urige werkweek geen doel op zichzelf worden, maar alleen als die bijdraagt aan meer welzijn of minder klimaatverandering, waarschuwen ze. „Het heeft weinig zin om muzikanten of yogadocenten te dwingen minder te werken.”[2]
- welzijnsdenken, welzijnssector, welzijnsvast, welzijnsvoorziening, welzijnswerk, welzijnswerker, welzijnswet, welzijnszorg
1. wanneer een individu of maatschappij zich in een goede toestand bevindt ...
- Het woord welzijn staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "welzijn" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ welzijn op website: Etymologiebank.nl
- ↑ www.nrc.nl (4 juni 2026)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bezieldheid: niet geanimeerd
- Metadomein: abstract
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %