Naar inhoud springen

competitie

Uit WikiWoordenboek
  • com·pe·ti·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord competitie competities
verkleinwoord competitietje competitietjes

decompetitiev

  1. beter willen zijn dan een ander
    • De broers voerden iedere dag een competitie op leven en dood met elkaar. 
     De sportieve competitie die ze voelt met de dood - die zij aan het winnen is en die haar een gevoel van onkwetsbaarheid, onverslaanbaarheid geeft.[3]
     We herkennen het thema van de agon en Nietzsches waardering van competitie en wedijver.[4]
  2. (sport) reeks wedstrijden tussen verschillende clubs
    • De winnaar van de competitie mag op europees niveau spelen. 
     Al op de eerste dag van de competitie was er een vast groepje ouders ontstaan die altijd bij elkaar stonden.[5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]