Spiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Spiel

Zelfstandig naamwoord

Spiel o

  1. spel
    «Wir dachten uns immer neue Spiele aus.»
    Wij bedachten altijd nieuwe spellen.
Verbuiging